Netherlands, Belgium

Arnon Grunberg

Blauwe maandagen (1994)
Figuranten (1997)
De heilige Antonio (1998)
Fantoompijn (2000)
De Mensheid zij geprezen (2001)
De asielzoeker (2003)
De joodse messias / Grote Jiddis... (2004)
Het aapje dat geluk pakt (2004)
Tirza (2006)
Onze oom (2008)
Huid en Haar (2010)
De man zonder ziekte (2012)
Het bestand (2015)
Moedervlekken (2016)
Goede mannen (2018)


Marek van der Jagt

De geschiedenis van mijn kaalheid (2000)
Monogaam (2002)
Gstaad 95-98 (2002)



 
Close X

2002-05-22, Het Parool

[ Gstaad 95-98 reviews ]       Page : 1 2

Slotscenes in Wenen; Grunberg ontmaskert Van der Jagt


Maarten Moll

De Donauwalzer vertrok donderdag vanaf Amsterdam Centraal naar Wenen. Twee extra wagons waren aan de nachttrein gekoppeld, voor de deelnemers aan de vijfdaagse Marek van der Jagt-reis, georganiseerd door uitgeverij De Geus en de NS. Het gezelschap reisde naar de Oostenrijkse hoofdstad om de presentatie van Van der Jagts tweede roman, Gstaad 95-98, alsmede de eerste Marek van der Jagt-lezing, gehouden door Arnon Grunberg, mee te maken. En om erachter te komen of Arnon Grunberg Marek van der Jagt is.

Oexman & Wuijts willen de papieren laten ondertekenen. Want Oexman & Wuijts zijn pas gelukkig als er handtekeningen zijn gezet. Ze zijn in staat van opwinding. De reis is nauwelijks begonnen of ze hebben al een uniek document in handen, een document dat maar in een beperkte oplage is verschenen. Het is een a-viertje zonder briefhoofd. Een kaal vel papier met tekst. Een op een kopieerapparaat met putjes en vlekken gereproduceerde brief. Maar het is wel een brief van Marek van der Jagt. Het vel papier dat voor Oexman & Wuijts de waarde van een vel papier inmiddels ver is ontstegen, wordt zorgvuldig opgeborgen. Het zal nog een dag duren voordat de heren dit papier ter signering aan Arnon Grunberg zullen voorleggen.

Stop. Een brief van Marek van der Jagt die door Arnon Grunberg moet worden ondertekend? Terwijl Oexman & Wuijts - en het gaat hier niet om een advocatenduo, maar om twee bibliofielen, de fanatiekste Grunberg-Van der Jagt-verzamelaars ter wereld - elkaar intussen helemaal gek maken met het uitvoerig beschrijven van delen uit de collectie Grunberg-Van der Jagt die de ander niet heeft, lezen we de brief van Van der Jagt die iedere deelnemer aan de Marek van der Jagt-reis heeft ontvangen direct na het vertrek van de Donauwalzer naar Wenen:

'Zoals u wellicht weet menen sommigen dat ik een fictieve schrijver ben. De mogelijkheid bestaat dat u in deze nachttrein bent gestapt om een schrijver te ontmoeten die nooit bestaan heeft, en ook nooit zal bestaan, buiten de fictie.' Een eerste bewijs dat Marek van der Jagt dus alleen bestaat op papier.

Niet dat iemand er nog aan twijfelt dat Van der Jagt, die in 2000 debuteerde met de roman De geschiedenis van mijn kaalheid, een spookschrijver is, en dat niemand minder dan Arnon Grunberg achter die naam schuilgaat. Aan de universiteit van Rome vergeleken wiskundigen middels een computerprogramma teksten van Grunberg met die van Van der Jagt. Grunberg is Van der Jagt, was onomstotelijk de conclusie. Toch reizen we naar Wenen om het zelf te weten te komen. Wenen, waar De geschiedenis van mij kaalheid zich afspeelt, en waar Arnon Grunberg de eerste Marek van der Jagt-lezing zal houden. En waar Grunberg het eerste exemplaar van Van der Jagts nieuwe roman Gstaad 95-98 in ontvangst zal nemen. Waarom Marek van der Jagt dat zelf niet doet, is een vraag die niemand stelt. Oexman & Wuijts in elk geval niet. Als er maar wordt getekend.

We weten allemaal dat we onderdeel zijn van een theaterstuk getiteld Het grote uitmelken. De vijfdaagse Marek van der Jagt-reis is begonnen. De trein rijdt, en er is geen weg terug. In het gangpad staat een man met zijn voorhoofd tegen het raam gedrukt. Hij is ingedeeld in de coupe met Oexman & Wuijts en is het verheven praten over de Estlandse vertaling van een Grunberg nu al helemaal zat.

Wenen, vrijdagmiddag. Festsaal 1 op de tweede verdieping van het hotel stroomt enkele uren later vol voor de eerste Marek van der Jagt-lezing. Om even voor half zes betreedt Arnon Grunberg de zaal, samen met de gepensioneerde assistent-chef van de The Baltimore Sun, Elayne J. Kleeman. Volgens de geruchten is dit de 'bejaarde verloofde' van Grunberg. Maar hij heeft ook een echte vriendin, is een ander gerucht. Wuijts, van Oexman & Wuijts, vertelt later dat hij een officiele verlovingskaart heeft ontvangen. Gesigneerd door Arnon Grunberg, uiteraard.

Het grote uitmelken neemt een aanvang zodra Grunberg en zijn 'verloofde' zijn gaan zitten. Reinjan Mulder, redacteur van De Geus, gaat achter het spreekgestoelte staan en kijkt heel demonstratief en onderzoekend de zaal rond. 'Ik heet ook welkom Marek van der Jagt. Hij had beloofd hier met zijn gezin aanwezig te zijn, maar ik zie hem niet.' Er wordt gelachen om Mulders gespeelde ernst. Oexman & Wuijst kijken alleen maar naar de stapels Gstaad 95-98, dat na de lezing zal worden gepresenteerd. Wuijst speelt met de pen waarmee het boek moet worden gesigneerd. Hij haalt de vulling eruit om te controleren of er wel genoeg inkt in zit.

Mulder vraagt Arnon Grunberg naar voren te komen om zijn lezing te houden. Noem het kinderachtig, flauw of treurig, dit volharden in het geloof dat Van der Jagt een man van vlees en bloed is. Dit spelen van het mystificatie-spel. Een spel dat echter uiterst serieus wordt gespeeld. Vooral door Grunberg, die in zijn doorwrochte lezing met zoveel woorden zegt dat hij Marek van der Jagt is.

Het is een verhaal over waarheid en fictie waarin Grunberg een in Wenen woonachtige man die Marek heet, en die zijn voornaam heeft ontleend aan de Poolse schrijver Marek Hlasko, bij een bezoek aan een psychotherapeut gespecialiseerd in ontoerekeningsvatbaarheid, laat zeggen: 'Waarom zou ik moeten ophouden bij de grenzen van de waarheid?' En: 'Steeds weer, in ieder verhaal, in ieder boek opnieuw, beschrijft Hlasko de ziekte van iemand die zich niet kan losmaken van de rol die hij ooit heeft aangenomen om te overleven.' En: 'Dat betekent voor mij dat ik de overlevingsstrategie die Hlasko voor zichzelf en zijn personages had ontworpen, overnam. Ik moest alleen een personage worden, leven in dienst van het verhaal.'


Close X